De taal van de wieken

Kunnen molens een taal spreken? Het gebruik om met de stand van de wieken een bepaalde situatie aan te geven leeft nog in de molenwereld en in Kinderdijk. Als u vóór de molen staat en naar het linksom draaiend (tegen de klok in) wiekenkruis kijkt, kunt u de volgende standen zien:

  • De kruis- of lange ruststand (diagonaal) komt voor als de molen voor een langere periode niet gebruikt wordt.
  • De ‘plusstand’ is de werkstand of korte ruststand. De molen draait een korte tijd - bijvoorbeeld een nacht - niet, maar is zo weer snel op te starten. De molenaar kan bij deze ruststand direct in de onderste wiek klimmen om het zeil voor te leggen.
  • Bij de vreugdestand staat de onderste wiek vóór de romp. En de bovenste wiek voor het hoogste punt. Het kondigt zowel geboorte als huwelijk aan omdat symbolisch het hoogste punt nog bereikt moet worden.
  • Als de onderste wiek voorbij de romp staat, de bovenste wiek is dan over het hoogtepunt heen, is sprake van de rouwstand. Wanneer de molenaar of iemand uit zijn naaste familie of van zijn buren is overleden, blijft de molen lange tijd in deze stand staan. Een typisch gebruik is dat tijdens de begrafenis de molen dan met de loop van de stoet mee werd omgekruid zodat het wiekenkruis de loop van de stoet volgde.
  • Bij de feesttooi spant de molenaar vlaggetjes tussen de molenwiekeinden. Dit gebeurt bij speciale gelegenheden zoals bij een huwelijk. De molen kan dan gewoon draaien.