Overwaard

De tien (vroeger elf) houten achtkante grondzeilers in de Overwaard, met riet gedekt, zijn hoog- en buitenkruiend en hebben eveneens een inpandig waterrad. Een uitzondering hierop is de Hoge Molen, deze beschikt over een vijzel.

De Overwaard liet acht molens bouwen op de ringdijk van haar Hoge Boezem. Ze kwamen in 1740 gereed. Deze achtkantige houten grondzeilers zijn met riet gedekt. De vierde molen is een zogenaamde ‘contramolen’, dat wil zeggen dat deze beschikte over twee waterlopen met elk een scheprad. Eén om het water van de lage naar de hoge boezem uit te slaan en één om het omgekeerde te kunnen doen als in de zomer het hoge boezemgebied droog gemalen moest worden voor begrazing.

De houten molens van de Overwaard zijn lichter, dus was er een minder zware fundering nodig. Ze zijn echter wel brandgevaarlijker. In 1981 nog is de tweede molen van de Overwaard afgebrand. Deze is wel herbouwd. 'Overwaard Twee' heeft nu de grootste vlucht van alle molens van het Werelderfgoed Kinderdijk, dit wil zeggen dat de roeden het langst zijn, namelijk 29,56 meter.
 

Bezoek de molen

Groepsarrangementen