Nederwaard

De molens van Kinderdijk zijn overwegend grondzeilers, maar er is wel een verschil tussen de molens van de Nederwaard (zoals de Museummolen) en de molens van de Overwaard.
De acht ronde stenen grondzeilers in de Nederwaard zijn hoog- en buitenkruiend, hebben een rieten kap en een inpandig waterrad.

De wieken van een grondzeiler raken bij het draaien bijna de grond, vandaar de naam. Het wiekenkruis kan op de wind gezet worden door de kap te draaien ofwel te ‘kruien’. Dit verklaart de naam ‘bovenkruier’. Handig als de wind plotseling draait!

Wat zijn nu de verschillen tussen de molens van de Nederwaard en Overwaard?

De Nederwaard liet acht ronde stenen grondzeilers bouwen, die in 1738 gereed kwamen. In die tijd hadden de Nederwaard molens zoals uit oude schilderbestekken blijkt een kap gedekt met schalijen in plaats van een rietgedekte kap. De vijfde molen stond bekend als de ‘scheve molen’. Deze stond 65 centimeter uit het lood en is in 2011 rechtgezet en vervolgens bedrijfsgereed gemaakt. De restauratie kostte ruim 1 miljoen euro. Het bakhuisje van de vijfde molen werd afgebroken en is weer opgebouwd bij de Museummolen, de tweede van de Nederwaard.

De molens van de Nederwaard staan niet keurig op een rij, maar verspringen. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat ze, vooral bij een overheersende westenwind, elkaar ‘niet in wind’ staan.
Bij de Overwaardse molens werd dit minder noodzakelijk geacht omdat ze verder uit elkaar staan. Bovendien was het verspringen hier ook veel lastiger te realiseren omdat de kaden van de Overwaard geen ‘avelingen’ (brede stroken grond langs dijken of kaden ter voorkoming van dijkval) hebben.

Bezoek de molen

Groepsarrangementen