Welkom  Welcome  Wilkommen  Bienvenue  Benvenuto  歡迎光臨
Voor het laatste nieuws, kaarten, parkeren, hotels, bezoekmolen, etc..
Neem een kijkje in de grootste verzameling foto's van het dorpje Kinderdijk.
Belangrijke data wanneer activiteiten gepland staan in Kinderdijk en regio.
Geinteresseerd in de historie van Kinderdijk? Dan is deze pagina iets voor jou!
Kijk rond in Kinderdijk.
Teken ons gastenboek, velen gingen u voor.
Als je niet kunt vinden waar je naar op zoek was op deze website, vertel het ons.
historie
Met dank aan Wereld Erfgoed Kinderdijk.
De negentien molens van Kinderdijk symboliseren de wijze waarop Nederland met het water omgaat. Zij hielden lange tijd het land droog dat werd geteisterd door verzakking en overstromingen: de Alblasserwaard, ooit een ruig en vochtig veengebied, maar uiteindelijk door de mens gekoloniseerd en ontgonnen.

Weiden met grazend vee, knotwilgen en molens, langgerekte dorpen aan dijken en rivieren, historische boerderijen en in bloesem getooide hoogstamfruitboomgaarden: dit is het typisch agrarische cultuurlandschap van Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, de zuidrand van het Groene Hart van Nederland.

Het molengebied Kinderdijk ligt in de Alblasserwaard tussen Lek en Merwede, ongeveer 25 kilometer van Rotterdam. UNESCO heeft het gebied in 1997 op de Werelderfgoedlijst geplaatst, een erkenning van het unieke karakter van het molengebied.

De strijd van de mens tegen het water.

Nederland is een waterland en grote delen land zouden onder water komen te staan als er geen dijken en gemalen waren. Dijken rondom onze woongebieden vormen zo waterschappen met weiland en akkerbouw en sloten voor de eerste afvoer om ons te beschermen tegen natte voeten.

Met behulp van allerlei hulpmiddelen heeft de Nederlander zich moeten beschermen tegen als maar meer omringend stijgend rivierwater en een dalende poldergrond.

In Kinderdijk kunt u zich voorstellen hoe de strijd tegen het water zich de laatste 1000 jaar heeft afgespeeld. Elk van de laatste tien eeuwen heeft zijn specifieke bijdrage geleverd in de strijd om alles droog te houden.

10e eeuw: Het ontstaan van het land

De eerste sporen van bewoners in de Alblasserwaard dateren van ver voor onze jaartelling. Dappere vissers en jagers, onverschrokken pioniers, die zich door: struiken, kreupelhout, zuigende moerassen, verraderlijke plassen en kreken een weg baanden en hun geluk beproefden in dit onherbergzame gebied.

Ze kwamen met weinig en bleven kort. De Alblasserwaard was geen plaats om langer te verblijven dan noodzakelijk en al helemaal niet om een bestaan op te bouwen. Een woeste veenwildernis was het. Zelfs de bewoners van de hoger gelegen 'donken' hielden het op een gegeven moment voor gezien. De Romeinen zeiden het al: 'In een moeras kun je niet wonen.'

Pas in de tiende eeuw vestigden de eerste bewoners zich permanent in de Alblasserwaard.

11e eeuw: De eerste vaste bewoners

De bevolking nam in aantal toe en nieuwe bewoners zochten plaatsen om zich te vestigen. Bewoonden rond 800 voor Christus naar schatting zo'n 100.000 tot 150.000 inwoners, rond 1250 na Christus was dit aantal flink toegenomen en waren het er waarschijnlijk 750.000 tot een miljoen. Ruige veenmoerassen als de Alblasserwaard kwamen in aanmerking als nieuwe vestigingsplaatsen, maar dan moest er eerst het een en ander worden aangepast.

Vanuit de grote rivieren Lek en Merwede werd en wordt het overtollige water uit het achterland Duitsland naar zee afgevoerd. Hoe dichter bij de kust, des te meer de getijdenwerking van de zee, eb en vloed, de afwatering hindert. In een open deltagebied loopt de gehele delta regelmatig vol water en daarna weer leeg. De eerste bewoners van de Alblasserwaard kozen hun woonplaats op aanwezige zandheuvels of legden heuvels aan.

12e eeuw: De eerste maatregelen tegen overstromingen

Om zich verder te beschermen legden de bewoners de eerste dijken aan en vormden zo polders. Om overtollig water af te voeren kwamen er sloten die loosden op de twee belangrijkste riviertjes Alblas en de Giessen. Deze riviertjes werden vervolgens in 1280 en 1281 afgesloten aan de toevoerzijde in het oosten.

Het veenland kwam hierdoor langere tijd droog te staan, klonk in en was daardoor weer sneller prooi voor nieuwe overstromingen. Het toenemende niveauverschil tussen het land en het waterpeil van Lek en Merwede maakte directe afvoer onmogelijk. Op het laagste punt, bij Kinderdijk, werden sluizen aangelegd om bij eb op de Lek te kunnen lozen en bij vloed te voorkomen dat de polder weer volliep.

13e eeuw: Het inklinken van de grond begint

Het water dat aanvankelijk zo gemakkelijk van het hooggelegen land naar de rivieren stroomde, vond steeds moeilijker zijn weg naarmate het land verder zakte. Toen het land zelfs onder het peil van het rivierwater was gezakt, waren alle mogelijke middelen nodig om een waterstroom in omgekeerde richting te voorkomen: dat het water vanuit de rivieren over het land zou stromen.

In 1280 en 1281 werd tot een rigoureuze maatregel besloten: in rivieren de Alblas en de Giessen werd een dam gelegd, die hen afsneed van de grote rivieren. In de dammen werden sluizen gemaakt., om het opdringerige rivierwater tegen te houden en het polderwater op de rivieren te lozen. De Alblasserwaard was weer iets veiliger. De bewoners konden het water reguleren en zich beter tegen overstromingen beschermen. De plaatsen Alblasserdam en Giessendam danken aan deze dammen hun naam.

14e eeuw: Een goede ringdijk was niet voldoende

De veenriviertjes Alblas en Giessen fungeerden als de belangrijkste afwateringen van de waard. De een mondde uit in de tegenwoordige Noord, de ander in de Merwede. Daarin school ook een gevaar.

Bij hoge waterstanden in de grote rivieren stroomde het water juist door de Alblas en de Giessen in ruime hoeveelheden het land in. Vooral in de tweede helft van de dertiende eeuw had de Alblasserwaard onder overstromingen en wateroverlast te lijden. Een ringdijk alleen bleek lang niet genoeg om het gevaar af te wenden.

Met emmers hozen bleek erg arbeidsintensief. Molens bleken een beter idee. Kleine handmolens deden hun intrede, die het water iets omhoog brachten. Ook deze methode kostte veel inspanningen.

15e eeuw: De eerste watermolen met lozing op een boezem

Niet alleen het veen klonk steeds verder in, ook de zee werd meer en meer een bedreiging, zoals de Elisabethsvloed in 1421 bewees. Tredmolens en paardenmolens werden uitgeprobeerd, maar leverden niet het beoogde resultaat. Uiteindelijk bracht de wind uitkomst.

De windmolen was in de veertiende eeuw al een vertrouwd verschijnsel in het Hollandse landschap. Met de molens was het onder meer mogelijk graan tot meel te vermalen of olie te vervaardigen.

Windkracht kon het overtollige water afvoeren door het met schoepenraderen omhoog te malen en het te verzamelen in een bassin (boezem) dat bij eb op de rivier kon worden geloosd.

Wie er op het idee is gekomen om de windmolen aan te passen voor het omhoog malen van water vermeldt de historie niet.

16e eeuw: Overstromingen en oorlog

Overstromingen bleven het gebied teisteren. In 1570 brak tijdens een noodweer op Allerheiligen (1 november) de dijk rond de Alblasserwaard op verschillende plaatsen door, onder meer bij Kinderdijk. Een enorme hoeveelheid water liep het land binnen. Het bleek de opmaat voor een periode van grote tegenslagen. Niet alleen luidde de Allerheiligenvloed meer grote overstromingen in, ook werd de Alblasserwaard ongewild het strijdtoneel van de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden. Als verdediging tegen de Spaanse veroveraars besloten de Staten Generaal in 1574 de dijk rond de Alblasserwaard door te steken en het land onder water te zetten.

Hoewel uiteindelijk slechts op één plaats een gat in de dijk werd gemaakt, was de schade aanzienlijk en kwamen grote delen van het land onder water te staan.

17e eeuw: De aanleg van grote waterreservoirs: boezems

Aan het eind van de zestiende en in het begin van de zeventiende eeuw kocht de Overwaard grote stukken land van de gemeente Nieuw-Lekkerland voor de aanleg van een extra groot waterreservoir, een boezem.

De Nederwaard kocht in 1621 het grondgebied ten westen van het in 1369 gegraven kanaal, de Nieuwe Waterschap. Dit was een drassig gebied, dat in het natste seizoen onder water kwam te staan omdat men het water er door sluizen naar toe loodste. Wanneer het rivierwater laag genoeg stond, liet men het water terugvloeien in het kanaal dat in de rivier uitmondde.

In de zomer werden de boezems gewone polders en deden zij dienst als weide- en hooiland.

18e eeuw: Een dubbele rij windmolens met een hoge en een lage boezem

Omdat het land verder bleef inzakken, werd de afstand tussen het peil van de boezems en dat van de polders groter dan anderhalve meter, een afstand die de windmolens nog net konden overbruggen. Er was een tweede, een tussenniveau nodig.

Een reeks nieuwe molens was nodig om het water vanuit de boezems naar een hogere boezem te pompen, waarna het door de sluizen bij Elshout in de Lek kon stromen. Toen, in 1738, ook de overheid geld voor de plannen had toegezegd, was het zover. De Nederwaard begon met het bouwen van acht stenen molens langs de hoge boezem. De Overwaard volgde dit voorbeeld snel en bouwde acht achtkantige houten, met riet bedekte molens. Zij waren in 1740 klaar.

De zestien molens die toen werden gebouwd bepalen tot de dag van vandaag het beeld van Kinderdijk.
Reiswijzer
Reiswijzer uw gids in en rondom Kinderdijk!
Link direct naar:
Kinderdijk Toerist Agenda Partners
Waar ligt het? Activiteiten Molendagen WEK
Hoe kom ik er? Restaurant Molens verlicht UNESCO
Parkeren Hotel Begin/einde seizoen Door|zien